In het Leuven van Tobback (sp.a) betaal je de minste belastingen, in het Antwerpen van De Wever (N-VA) gaat het meeste geld naar sociale bijstand. Kan je uit de financiële toestand van een centrumstad afleiden of die nu links dan wel rechts bestuurd werd? "De Wever heeft een stempel gedrukt via schuldafbouw en politie, maar in het algemeen blijken stadskassen sterker gekleurd door lokale geschiedenis en rijkdom van de inwoners dan door ideologie", zegt professor Herman Matthijs (VUB/UGent). Voor 'Het Laatste Nieuws' lichtte hij de 13 centrumsteden door. Zijn conclusie: "Ze staan er beter voor dan 6 jaar geleden, maar de pensioenbom blijft tikken."

(Bron: Dieter Dujardin, HLN)

Alarmerend. Dat was in 2012 de toon over de financiële situatie van het lokale niveau in Vlaanderen. De financiële crisis had diverse inkomstenbronnen doen opdrogen, de jarenlange aangroei van het personeelsbestand stootte op zijn limieten en de factuur voor de gepensioneerde ambtenaren werd een molensteen. Deden de lokale besturen daar de voorbije legislatuur iets aan? Jazeker, luidde in juni de conclusie van de bank Belfius, die de financiën van gemeenten al jaren monitort. De personeelsbestanden zijn verkleind - zij het beperkt - schuldenbergen werden afgebouwd, buffers werden aangelegd en via allerlei retributies krikten de gemeenten hun inkomsten op. Negatief is dat er duidelijk minder geïnvesteerd werd, wat slecht is voor de economie. Omdat Belfius echter geen namen noemt, vroegen wij aan hoogleraar Overheidsfinanciën Herman Matthijs om te analyseren hoe de 13 centrumsteden er financieel voor staan, hoe ze het belastinggeld spenderen en of er duidelijke links-rechtstegenstellingen blijken. Hij deed dat aan de hand van zes criteria.

1. Waar betaal je de minste belastingen?

1. Leuven (sp.a-CD&V) 6,7% APB* en 880 opc. OV

2. Genk (CD&V-sp.a-Groen) 7% APB en 850 opc. OV

3. Gent (sp.a-Groen-Open Vld) 6,9% APB en 913 opc. OV

4. Turnhout (TIM-CD&V-Groen-sp.a) 7,5% APB en 913 opc. OV

5. Brugge (sp.a-CD&V) 6,9% APB en 1.007 opc. OV

6. Antwerpen (N-VA-CD&V-Open Vld) 8% APB en 850 opc. OV

7. Mechelen (Open Vld-Groen-N-VA-CD&V) 7,4% en 938 opc. OV

8. Sint-Niklaas (N-VA-sp.a-Groen) 8,5% APB en 834 opc. OV

9. Oostende (sp.a-Open Vld-CD&V) 6,5% APB en 1.259 opc. OV

10. Hasselt (CD&V-sp.a-Groen) 7,5% APB en 941 opc. OV

11. Aalst (N-VA-CD&V-Lijst A) 7,5% APB en 944 opc. OV

12. Kortrijk (Open Vld-N-VA-sp.a) 7,9% APB en 1.102 opc. OV

13. Roeselare (CD&V-sp.a-Groen) 8,5% APB en 1.140 opc. OV

* APB: aanvullende personenbelasting

Opc. OV: opcentiemen onroerende voorheffing

Profiteren van rijke burgers

Herman Matthijs: "Er is de voorbije legislatuur geen fiscale revolutie geweest in de centrumsteden. De belangrijkste inkomstenbronnen - de aanvullende personenbelasting (APB) en de onroerende voorheffing (OV) - bleven gemiddeld stabiel." Niet zozeer hun visie op belastingen of hun schulden bepalen waarom steden als het Leuven van Tobback (sp.a) en het Gent van Termont (sp.a) lagere tarieven hebben dan bijvoorbeeld het Kortrijk van Van Quickenborne (Open Vld) of het Aalst van D'Haese (N-VA). Wél het beeld van hun bevolking. "Ter vergelijking: in Leuven levert 1% APB 64 euro per inwoner op, in Genk is dat maar 31 euro. Dat betekent dat de Leuvenaars gemiddeld veel meer verdienen, wat uiteraard te maken heeft met de aanwezigheid van de KU Leuven en alle spin-offs rond IMEC. Aalst haalt dan weer aanzienlijk minder uit de grondbelastingen, omdat er - gezien de geschiedenis als arbeidersstad - veel kleine woningen zijn", aldus Matthijs.

2. Welke stad heeft de minste schulden?

1. Turnhoute 568/inwoner

2. Aalste 1.400/inwoner

3. Leuvene 1.455/inwoner

4. Bruggee 1.610 /inwoner

5. Antwerpene 1.710/inwoner

6. Genke 1.787/inwoner

7. Oostendee 1.887/inwoner

8. Roeselaree 1.903/inwoner

9. Sint-Niklaase 2.026/inwoner

10. Gente 2.494/inwoner

11. Kortrijke 2.723/inwoner

12. Mechelene 3.581/inwoner

13. Hasselte 3.714/inwoner

Antwerpen pas vijfde, maar wel € 600 miljoen gesaneerd

"Het is duidelijk dat het Antwerpen van De Wever deze legislatuur de grootste saneerder is gebleken. In het verleden was de Scheldestad een financieel zorgenkind, dat lijkt nu geweken. Gezien de stijgende trend van de rente vormt dat een belangrijk voordeel voor de toekomst. Globaal hebben alle steden aan schuldafbouw gedaan, maar Mechelen en Hasselt vallen duidelijk uit de toon." Uiteraard zeggen schulden niks over de kwaliteit van het bestuur. Ze zijn niet per definitie slecht, als ze investeringen dekken. Zuinigheid kan dan weer tot gebrekkige diensten of verouderd patrimonium leiden.

3. Welke stad heeft de stevigste buffers?

1. Hasselte 454/inwoner (35 miljoen)

2. Leuvene 297/inwoner (30 miljoen)

3. Antwerpene 278/inwoner (145 miljoen)

4. Turnhoute 272/inwoner (12 miljoen)

5. Aalste 176/inwoner (15 miljoen)

6. Bruggee 175/inwoner (20,7 miljoen)

7. Sint-Niklaase 118/inwoner (9 miljoen)

8. Oostendee 99/inwoner (7 miljoen)

9. Roeselaree 97/inwoner (6 miljoen)

10. Gente 70/inwoner (18,2 miljoen)

11. Kortrijke 53/inwoner (4 miljoen euro)

12. Mechelene 11,7/inwoner (1 miljoen)

13. Genk-e 73/inwoner (-4,8 miljoen)

Leningen afbetalen én investeren

Omdat de schuldgraad en het begrotingsresultaat onvoldoende zeggen over de financiële draagkracht van een gemeente, hanteert de overheid sinds enkele jaren de 'autofinancieringsmarge' als graadmeter. Die geeft de mate weer waarin een gemeente na afbetaling van haar leningen in staat blijft om te investeren bovenop het dagelijks beheer. Opnieuw scoren steden als Antwerpen en Leuven hier sterk. Matthijs: "Je moet deze cijfers samen bekijken met de schulden. Hasselt heeft veel schulden, maar ook een hele grote buffer, waardoor de stad tegen schokken bestand is. Genk heeft dit jaar een negatieve autofinancieringsmarge, maar gezien de lage schuldgraad is dat niet zo erg. Mechelen daarentegen scoort op beide criteria slecht. Gevaarlijk is het nog niet, gezien de stad wel een positief begrotingsresultaat haalt. Maar burgemeester Bart Somers (Open Vld) zal wel moeten milderen: aan het huidige tempo verder investeren, kan de komende zes jaar niet meer."

4. Welke stad investeerde het meest?

1. Gent+8,2% t.o.v. Antwerpen

2. Aalst+5,6% t.o.v. Antwerpen

3. Mechelen+2,2% t.o.v. Antwerpen

4. Genk+1,1% t.o.v. Antwerpen

5. Antwerpen100

6. Roeselare100

7. Hasselt-0,2% t.o.v. Antwerpen

8. Oostende-0,4% t.o.v. Antwerpen

9. Kortrijk-1,4% t.o.v. Antwerpen

10. Turnhout-2,4% t.o.v. Antwerpen

11. Sint-Niklaas-2,9% t.o.v. Antwerpen

12. Leuven-3,1% t.o.v. Antwerpen

13. Brugge-5,5% t.o.v. Antwerpen

De kracht van lobbywerk

Welke stad zette haar inkomsten tijdens deze legislatuur het meest in voor investeringen en dus niet voor exploitatie en schuldaflossing? Vanwege de enorme nominale verschillen tussen grote en kleine centrumsteden, zette Herman Matthijs de investeringen en bevolking van Antwerpen op 100 en zette daar alle andere steden tegen af. Gent geeft bijvoorbeeld 57,9% uit van wat Antwerpen spendeert, maar heeft maar 49,7% zoveel inwoners. Dat wil zeggen dat Gent 8,2% meer investeert dan Antwerpen. Matthijs: "De Wever (N-VA) heeft heel veel Vlaamse subsidies naar Antwerpen getrokken, maar het zijn Gent, Aalst en Mechelen die zich deze legislatuur tonen als investeringskampioenen. Leuven doet het hier wat minder, maar de vernieuwing van de stad is er dan ook al veel langer bezig. Dat Brugge weinig investeert, wijt ik aan een gebrek aan politiek netwerk in Brussel. Steden als Gent, Antwerpen, Leuven en Mechelen hebben door de jaren heen altijd een hele grote lobbykracht getoond."

5. Waar betaal je het meest voor veiligheid?

1. Antwerpene 374/inwoner

2. Gente 299/inwoner

3. Oostendee 284/inwoner

4. Mechelene 259/inwoner

5. Bruggee 235/inwoner

6. Leuvene 227/inwoner

7. Aalste 193/inwoner

8. Kortrijke 190/inwoner

9. Sint-Niklaase 166/inwoner

10. Turnhoute 158/inwoner

11. Hasselte 158/inwoner

12. Genke 154/inwoner

13. Roeselaree 147/inwoner

Dure politie is niet per definitie veiliger

"Het is duidelijk dat De Wever sterk heeft geïnvesteerd in de lokale politie. De kloof tussen wat een Antwerpenaar betaalt en wat een inwoner van een andere centrumstad betaalt, is aanzienlijk." Maar zegt dat ook iets over de veiligheid in deze steden? Matthijs: "Het is genuanceerder dan dat. Het zijn niet toevallig steden met een eigen politiezone, zoals Antwerpen, Gent, Brugge en Oostende, die hoog in de ranglijst staan. Steden die lid zijn van een intergemeentelijke politiezone kunnen de kosten meer spreiden." Antwerpen kan wel uitpakken met één duidelijk cijfer: het aantal criminele feiten is er tussen 2013 en 2016 sterker gedaald dan in Gent. Al vliegen ondertussen de kogels en granaten wel in het rond in de drugsoorlog die de stad kenmerkt.

6. Waar vloeit het meeste geld naar het sociaal beleid?

1. Antwerpene 302/inwoner

2. Bruggee 261/inwoner

3. Roeselaree 239/inwoner

4. Gente 233/inwoner

5. Leuvene 228/inwoner

6. Genke 223/inwoner

7. Sint-Niklaase 210/inwoner

8. Turnhoute 195/inwoner

9. Hasselte 179/inwoner

10. Kortrijke 170/inwoner

11. Oostendee 168/inwoner

12. Aalste 164/inwoner

13. Mechelene 144/inwoner

't Stad, 't OCMW van Vlaanderen

"In heel België vloeit er steeds meer geld van de gemeenten naar de OCMW's, omdat het aantal leefloners is toegenomen van 70.000 naar 110.000. Dat heeft voor een deel te maken met de asielcrisis, maar vooral met federale maatregelen om de toegang tot de werkloosheidsuitkering te verstrengen. In die zin zou je kunnen zeggen dat de federale overheid de factuur deels doorschuift naar de gemeenten. Dat het Antwerpse OCMW zo duur is, heeft uiteraard te maken met het feit dat er veel armen en veel migranten zijn. Dat Brugge en Roeselare zo hoog in de ranglijst staan, komt vermoedelijk omdat ze nog altijd de budgettaire effecten voelen van grote ziekenhuizen die vroeger bij het OCMW hoorden." Ook uit de sociale cijfers blijkt niet meteen een ideologische kloof. "Je bent als OCMW nu eenmaal gebonden aan wettelijke tarieven", aldus Matthijs. Toch zijn er verschillen. Antwerpen zet bijvoorbeeld privébedrijven in om sociale fraude op te sporen, Gent zette een systeem op om OCMW-klanten optimaal op hun rechten te wijzen.

CONCLUSIE?

Steden zwijgen over pensioenbom

Matthijs: "Het is niet evident om op basis van cijfers een duidelijke ideologie te ontwaren. Lokale omstandigheden spelen een grote rol en bovendien is er niet zoiets als een duidelijk linkse of rechtse centrumstad. Ze hebben bijna allemaal brede coalities." Wat hebben ze nog gemeen? "Dat het relatief goed gaat met onze steden, maar dat ze met grote zorgen blijven kampen. Waar men in de campagne met geen woord over rept, is de pensioenfactuur van de ambtenaren. Die hangt nog altijd als een zwaard van Damocles boven de gemeenten." Volgens de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten gaven de 308 Vlaamse gemeenten vorig jaar 450 miljoen euro uit aan hun pensioenen. Tegen 2024 wordt dat 600 miljoen. "Na de verkiezingen van 2019 zal hierover een hartig woordje gepraat moeten worden. De federale en Vlaamse overheid zullen een inspanning moeten doen voor de lokale besturen." Of zullen de belastingen verhogen? Matthijs: "Veel ruimte voor extra besparingen is er niet meer. Ik vermoed dat er voor kleine gemeenten vooral niks anders zal opzitten dan te fusioneren."

 

Welkom bij CD&V. Onze websites maken gebruik van cookies om jouw gebruikservaring te optimaliseren. Lees onze Cookie Policy voor meer informatie. Ons cookiebeleid en deze voorkeuren gelden voor alle CD&V-websites. Door op 'Akkoord' te klikken, ga je akkoord met de geselecteerde cookies.