Op maandag 23 mei legt het Leuvense schepencollege de stadsrekening 2021 aan de gemeenteraad voor. Het is de derde rekening van de huidige bestuursperiode en de tweede maal dat de cijfers van stad en OCMW worden geïntegreerd in één stadsrekening. “We investeerden stevig in zorg, de aankoop van terreinen, gebouwen en wegenwerken”, aldus schepen van financiën Carl Devlies.

Schepen van financiën, Carl Devlies, gaat verder:

“Ondanks de covidcrisis van 2020/2021 – die gepaard ging met meer uitgaven en minder ontvangsten – kan het college een gunstig rekeningresultaat voorleggen. Er is een overschot van 31,3 miljoen euro in de exploitatie, een gecumuleerd budgettair resultaat van 15,2 miljoen euro en een autofinancieringsmarge van 27,9 miljoen euro. De investeringen in het jaar 2021 beliepen 45,6 miljoen euro. Op 31 december 2021 stond er een bedrag van 9,6 miljoen euro op de stadsrekening."

Aandacht voor zorg, aankoop terreinen, gebouwen en wegenwerken

“De analyse van deze cijfers toont dat er veel in Zorg Leuven geïnvesteerd werd (4,6 miljoen euro), onder meer in het Booghuys, Villa Clementina en het kinderdagverblijf DoRemy. Daarnaast ging er aandacht naar de aankoop van terreinen en gebouwen. Naast de aankoop van een loods voor de technische stadsdienst, voor onder meer een transparanter magazijnbeheer (2,7 miljoen euro), werden ook terreinen in de toekomstige klimaatneutrale wijk Sint-Janbergsesteenweg verworven (2,4 miljoen euro). Ook kochten we op de Naamsesteenweg zes appartementen als doorgangswoningen aan (1,6 miljoen euro), om tijdelijk te verhuren aan mensen in noodsituaties. Daarna volgen de bouwkosten voor culturele en historische projecten, zoals de Podiumkunstensite (1,5 miljoen euro), de Abdij van Park (1,3 miljoen euro), het Handbooghof (952.107 euro), de tijdelijke inrichting van de Molens Van Orshoven en Silo’s (891.902 euro) en de restauratie van het Tolhuis Zuid (811.564 euro). Tot slot legde de stad enkele speelterreinen aan.”

Wegenwerken vormden meer dan een vierde van alle investeringen, er werd respectievelijk 2,5 miljoen en 1,7 miljoen geïnvesteerd in onderhoudsprogramma’s voor trottoirs en asfaltslijtage. De rioleringskosten aan de Hoegaardsestraat-Duivelsweg bedroegen 1,4 miljoen euro. Openbare verlichting en de heraanleg van de Van Waeyenberghlaan, de Biezenstraat, de Heilige Geeststraat, de Voorzorgstraat, de Tervuursestraat en de Bierbeekstraat vormden ook een belangrijk aandeel bij de wegenwerken [zie Grafiek 1].

Lage schuldgraad en lage financieringskost
De stad investeerde in 2021 voor 45,6 miljoen euro en financierde 15,5 miljoen euro daarvan met leningen. Dit bedrag leende ze op een termijn van 30 jaar met een vaste rentevoet van 0,9%.

De investeringsschuld ten laste van stad en OCMW beloopt op het einde van het jaar 121,7 miljoen euro, of 1.193 euro per inwoner, dit terwijl de schuld in de periode 2000-2010 nog piekte tot maximaal 187 miljoen euro, of meer dan 1.900 euro per inwoner [zie Grafiek 2]. Boven op de daling van de schuld in absolute cijfers dient natuurlijk ook de muntontwaarding in rekening gebracht te worden, waardoor het resultaat nog verbetert. Het aandeel dat de stad aan rente betaalt, bedroeg vorig jaar 2,3 miljoen euro hetgeen overeenkomt met nauwelijks 1% van de uitgaven. Balansmatig waren de activa van Leuven 762 miljoen euro waard, waarvan 568.640.287 euro netto actief, hetzij 5.575 euro netto per inwoner.

Ten opzichte van de Belgische overheidsschulden die in stijgende lijn gaan, neemt de Leuvense schuld het afgelopen decennium enorm af [zie Grafiek 3]. In grafiek 4 zie je dat de Leuvense schuld zelfs daalt tot onder 50% van de jaarlijkse ontvangsten. De verhouding tot de jaarlijkse ontvangsten is het criterium dat internationaal veel gebruikt wordt, waarbij het streefdoel moet zijn om onder de 100% te blijven.

Positieve autofinancieringsmarge
De autofinancieringsmarge, of het bedrag dat na volledige afrekening van alle cijfers 2021 overblijft voor de financiering van toekomstige projecten, beloopt 27,9 miljoen euro. Dit bedrag geeft ruimte om in de komende jaren onze investeringen te financieren en andere bijkomende noden en crisissituaties, op te vangen.

Belastingtarieven
De belastingtarieven bleven ook in 2021 gehandhaafd op een tarief dat zich situeert onder het gemiddelde belastingtarief van de Vlaamse centrumsteden [zie tabel 5].

https://leuven.be/bestuursdocumenten