De openbare ruimte was het voorbije jaar voor velen een plaats om te wandelen, te fietsen en elkaar veilig te ontmoeten. De coronacrisis bevestigt het belang van kwaliteitsvolle publieke ruimte. De stad investeert daar zwaar in, al van voor corona, en neemt nu verdere initiatieven om de gedeelde ruimte nog aangenamer en veiliger te maken. Ook de geplande stadsvernieuwing blijft extra aandacht besteden aan groene ontmoetingsplekken en vlot bereikbare woningen voor een nog aangenamere, kwaliteitsvolle en gezondere stad.

De coronapandemie heeft meer dan ooit getoond hoe belangrijk de kwaliteit van het openbaar domein voor de inwoners is. Zeker voor mensen die geen of een kleine tuin of terras hebben was onze openbare ruimte onmisbaar, maar het is sowieso voor elke inwoner erg belangrijk. De Leuvense plannen voor straten en pleinen voorzien dan ook in vergroening en herindeling van de ruimte. Schepen van openbare werken Dirk Vansina:

“Door in te zetten op ontharding en extra groen in het straatbeeld maken we onze straten en pleinen ‘future-proof’. Bovendien investeren we op die manier in een aangename omgeving die de leef- en woonkwaliteit verbetert.”

Mobiliteit op maat
De evolutie richting leefbare stad wordt de volgende jaren verdergezet. “Deze zomer rollen we de zone 30 over het volledige grondgebied uit”, zegt schepen van mobiliteit David Dessers. “Voor Wilsele-dorp is er al een mobiliteitsplan, in Wijgmaal, Wilsele-Putkapel, en Kessel-Lo zijn de plannen in opmaak. Heverlee komt in 2022 aan bod.”

“Voor voetgangers bouwen we verder aan comfortabele en toegankelijke routes, met aandacht voor wie minder goed ter been is. Zo zijn bijvoorbeeld nieuwe stoepen waar mogelijk minstens 1,5 meter breed en als we bushaltes vernieuwen, verhogen we ze zodat het instappen voor iedereen gemakkelijk is”, zegt schepen van openbare werken Dirk Vansina.

“Aan vijf kruispunten in Leuven en de deelgemeenten hebben we de opstelstroken voor fietsers verbreed. Bovendien kunnen ze rechtsaf-door-rood rijden op vier locaties”, vult schepen van mobiliteit David Dessers aan. “Omdat de helft van de verplaatsingen in de binnenstad met de fiets gebeurt, is 60 procent er ondertussen fietszone. Zo krijgen fietsers meer ruimte en kunnen kinderen en jongeren veiliger naar school. De stad installeerde tijdelijk ook 500 extra fietsenstallingen en maakte deelfiets Bluebike ontlenen in 2020 tijdelijk gratis.”

“Om bezoekers gebruik te laten maken van de randparkings, de handel te stimuleren en zoekverkeer te verminderen, kun je vanaf 1 mei vier uur kosteloos parkeren in Parking Vaartkom op vrijdag, zaterdag en op koopzondagen. Een gratis elektrische shuttle brengt je naar het centrum”, zegt schepen Dessers.

Investeren in openbaar domein
Een kwart van de steden en gemeenten zou investeringen uitstellen door de crisis. “Steden en gemeenten zijn echter goed voor ongeveer 40 procent van de overheidsinvesteringen en dus een belangrijke factor in de economische relance”, vervolgt schepen Vansina. “Leuven besteedt jaarlijks zo’n 20 miljoen euro aan de kwalitatieve inrichting van haar openbaar domein. Dat niveau moeten we zeker aanhouden, geen jojobeleid van vertragen en versnellen. We blijven investeren in de aanleg van straten, pleinen, nieuwe parken en ontharding. Dit jaar staan onder andere de Prinses Lydialaan, de Vlierbeeklaan, de P.J. Verhaeghenstraat, de Privaatweg en de Kessel-Losesteenweg op de planning.”

Ook kinderen en jongeren hebben nood aan publieke ruimte, waar ze kunnen spelen, elkaar ontmoeten, hun ding kunnen doen. “Dit was lastig tijdens de lockdowns, daarom creëren we extra plaats voor hen die ze mee mogen invullen”, zegt schepen Vansina. “Dit jaar plannen we een (her)aanleg van het skateterrein ’t Fort in Wilsele, de speelzone aan Ymeria in Wijgmaal, een speelweide aan de Abdij van Vlierbeek (Kessel-lo), een speel- en sporterrein op het Hoornplein in Leuven en een heus speelbos aan de terreinen van de Schietstand in Heverlee.”

Minder in het oog springend maar zeker zo belangrijk is de investering in ledverlichting. “We vervingen een aanzienlijk deel van de openbare verlichting al met dit duurzaam alternatief”, laat schepen Vansina weten. “En we steken nog een tandje bij om tegen 2030 het volledige openbare verlichtingsnet te laten omschakelen naar ledtechnologie. Zo werken we verder aan een klimaatbestendige stad.”

Pandemiebestendige stadsontwikkeling
“De richting die we ruimtelijk met de stad uit willen, staat in ons ruimtelijk structuurplan (uit 2017). De coronacrisis heeft bevestigd dat die richting de goede is om van Leuven een van de meest zorgzame, groene en welvarende steden te maken. Efficiënt en gedeeld ruimtegebruik, meer (gemeenschaps)voorzieningen, verbindende stap- en trapschakels, groene ontmoetingsplekken, slimme herbestemmingen van bestaand erfgoed en innovatieve zorgfuncties – al deze thema’s zijn actueler dan ooit”, vult schepen van ruimtelijk beleid Carl Devlies aan. “Pas gerealiseerde projecten als het Janseniushof – een rustige woonoase met sportruimte pal in de Benedenstad – beantwoorden al aan deze behoeften. Maar ook de toekomstige blauwgroene Hertogensite, waar een welzijnstoren levenslang wonen stimuleert in ons nieuwe culturele hart, zorgen voor meer levenskwaliteit in de stad. En de klimaatneutrale wijk Sint-Jansbergsesteenweg en duurzame geothermische woonwijken Nieuw Leuven en Burenberg zullen straks aangename woonomgevingen zijn.”

Digitale inspraakmomenten
“Als een straat een herinrichting of heraanleg krijgt, vinden we het belangrijk om de buurt te betrekken,” aldus de schepenen. “Door de contactbeperkende coronamaatregelen werd dit een uitdaging. Bij een buurtvergadering heb je het voordeel van direct contact. Dat viel weg. Toch hebben de stadsdiensten snel geschakeld en geplande inspraaktrajecten werden op korte termijn omgevormd naar een digitaal alternatief. Buurtbewoners kregen info tijdens een webinar en konden daarna online, via mail of telefonisch vragen stellen.”